OVER HET HERSTEL VAN DE COMMUNIO TUSSEN HET PATRIARCHAAT MOSKOU EN DE SYNODALE KERK
BOODSCHAP VAN Z.E. AARTSBISSCHOP GABRIËL

Op 17 mei j.l. – Hemelvaartsdag – is tussen het Patriarchaat Moskou en de Synodale Kerk de eucharistische communio hersteld en daarmee hun canonieke band. Een smartelijke scheiding van tachtig jaar tussen deze beide Kerken komt daarmee tot een einde. Hierover kunnen we ons slechts verheugen, want wat een deel van de Kerk van Christus aangaat, gaat de gehele Kerk aan.
Het herstel van de eucharistische eenheid tussen het Patriarchaat Moskou en de Synodale Kerk schept voor deze laatste ook de mogelijkheid, de noodzakelijke canonieke band te herstellen met de volheid van de Orthodoxie wereldwijd en bij gevolg dus ook met onze kerkelijke entiteit; in het vervolg kunnen wij samen van dezelfde Kelk nuttigen.

Talrijke geestelijken en leken in West-Europa, zowel van het Exarchaat alsook van de Synodale Kerk, hebben dit moment hoopvol tegemoet gezien en wij delen in die vreugde. Nu is er de mogelijkheid, te komen tot een goede onderlinge verstandhouding, tot het welzijn van het volk Gods, dat aan ons is toevertrouwd en tot oprechtheid in ons getuigenis van het orthodoxe geloof, overal waar de Heer ons geroepen heeft teneinde in harmonie met elkaar te leven.

Voor ons Exarchaat echter is de situatie totaal anders, dan die waarin de Synodale Kerk zich tot nu toe bevond. Deze laatste had zichzelf al sedert vele tientallen jaren afgesneden van de wereldwijde Orthodoxie, terwijl volgens de leer van de heilige Vaders elk kerkelijk organisme in communio hoort te leven met het geheel van de Kerk. Het Exarchaat is verzekerd van deze communio door ons statuut binnen het Patriarchaat van Constantinopel, waardoor wij reeds sedert vijf en zeventig jaar in volledige autonomie kunnen leven, beschermd tegen vreemde invloed.

Het contact tussen het Exarchaat en het Patriarchaat Moskou mag dan op administratief gebied onder de bijzondere omstandigheden vanaf het begin van de jaren dertig verbroken zijn, de eucharistische communio met het Patriarchaat Moskou werd echter nooit verbroken, dank zij onze band met het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, dat tevens de Moeder-kerk is van de Kerk van Rusland. Onder de respectievelijke opvolgers van de stichter van onze kerkelijke entiteit, Metropoliet Evlogi – zaliger gedachtenis – hebben talrijke liturgische concelebraties plaatsgevonden met de geestelijkheid van het Patriarchaat Moskou. In 1995 heeft mijn voorganger, Aartsbisschop Serge van Evkarpia – zaliger gedachtenis, nog de vreugde gehad te concelebreren met Patriarch Alexis II van Moskou en geheel Rusland in de kathedraal van het Ontslapen van de Moeder Gods in het Kreml van Moskou. Vanaf dat moment is deze communio – ondanks de regelmatige moeilijkheden en meningsverschillen – niet meer verbroken geweest.
Nu moeten we samen naar de toekomst kijken. Het herstel van de communio met het Patriarchaat Moskou en daarmee met de Universele Kerk betekent voor de Synodale Kerk ook deelname in het gemeenschappelijke werk, dat al sedert vele jaren plaatsvindt tussen de bisschoppen van de diverse jurisdicties, teneinde gezamenlijk getuigenis af te leggen van het orthodoxe geloof in een goede verstandhouding en tot heil van alle orthodoxe christenen. In Frankrijk hebben we reeds geruime tijd ervaring op dit gebied en sinds kort ook in Duitsland. Dit getuigenis van eenheid en liefde moet de orthodoxen in onze verschillende landen ertoe brengen te werken voor de opbouw van de Ene Kerk, die slechts gerealiseerd kan worden in lokaal, territoriaal perspectief, de verschillen in nationaliteit of ethnische afkomst overstijgend. Anderzijds betekent dit niet, dat eigen liturgische tradities, taal of gebruiken losgelaten moeten worden en evenmin de liefde en aanhankelijkheid voor de respectievelijke Moeder-kerken.

We moeten onze gebeden tot de Heer verdubbelen en Hem vragen om versterking van de orthodoxe eenheid, versterking ook van het volk Gods in geloof en vroomheid, zodat wij “uit één hart en één mond” de Goddelijke Drie-eenheid – bron van Leven en Heiliging – mogen aanbidden en verheerlijken. Maar vooral moeten we de Heer in alle nederigheid vragen onze wederzijdse verhouding te verlichten en Zijn licht, vol genade en waarheid, erover te doen stralen.

+ Gabriël, Aartsbisschop van Komana
Exarch van de Oecumenische Patriarch

Parijs, 18 mei 2007